Een metropool van 2 miljoen inwoners?

Er is veel voor te zeggen om Amsterdam te laten doorgroeien naar 2 miljoen inwoners. De crisisjaren van 2008 tot 2014 hebben laten zien dat de stad daarvoor niet eens zoveel hoeft te doen. De groei van het inwoneraantal ging gewoon door. Het was even inschikken maar daarna pakte de markt en woningbouwcorporaties de draad weer snel op en momenteel is de huizenmarkt weer booming. De vraag is of we daar zo blij mee moeten zijn, maar als het gebeurt zijn er twee mogelijkheden. De eerste is de vraag afleiden naar andere delen van het land door de woningbouw in te bevorderen in andere delen van het land. Als het zou gaan om Rotterdam, Den Haag, Eindhoven of Groningen is daar weinig op tegen want in deze steden is ook genoeg vraag. Maar als er geen vraag is wat heeft het dan voor zin? De andere mogelijkheid is dat Amsterdam, zoals Zef Hemel bepleit, de remmen losgooit en een versnelling in de woningbouw mogelijk maakt. Daarbij bepleit hij het toestaan van hoogbouw en het bevorderen van burger-ondernemerschap. Laten we eens proberen na te gaan wat er dan gebeuren zal.

 

Toronto 2,6 miljoen inwoners, is de snelst groeiende stad van Canada. In de jaren negentig was er nauwelijks nog hoogbouw, nu is de skyline een toeristische trekpleiter. Het effect daarvan is dat de stad minder naar buiten, in de suburbs, groeit, maar vooral in het centrum. Het effect op straatniveau is een sterk toegenomen activiteit met meerdere lagen winkels, cafés en andere publieksvoorzieningen. Ook ondergronds want Toronto kent koude winters met veel sneeuw. De dichtheid van de stad nog altijd de helft van New York en het verkeer is twee keer zo snel. De stad heeft zwaar ingezet op culturele trekpleisters, leuke buurten en voorzieningen. Toronto heeft Chicago gepasseerd als 4e metropool van Noord-Amerika. Kortom geen slecht voorbeeld, maar is het wel van toepassing voor Amsterdam? In de sfeer van de middelgrote steden zijn er meer zulke goede voorbeelden zoals Vancouver en Portland.

 

Voor het burger-ondernemerschap grijpt Hemel terug op Sarphati, de arts en ondernemer, die ervoor zorgde dat het Paleis voor Volksvlijt tot stad is gekomen dankzij de oprichting van een vereniging waar de hele burgerij van de stad lid werd. De vroegere burgemeester van de stad van Eeghen nam in dezelfde tijd het initiatief voor het Vondelpark dat aangelegd is met het geld dat daarheen verdiend zou worden uit de verkoop van bouwgrond. Twee mooie voorbeelden uit de 19e eeuw. Het Paleis van Volksvlijt was een variant op het Cristal Palace in Londen. Een tentoonstellingsgebouw waar de nieuwste uitvindingen en modieuze snufjes werden getoond aan miljoenen bezoekers per jaar. En precies in deze vergelijking gaat de redenering van Hemel mank. De wereld van nu is niet meer het ‘moderne’ optimistische en onstuimige ondernemerskapitalisme van de 19e eeuw. Modern omdat democratie nodig had en een goed functionerende overheid, met regels zekerheid verschafte en geen gunsten rondstrooide. Met de aan het land en de stad gebonden ondernemers kon nog overlegd worden. Zelfs in het Duitsland van de 19e eeuw werden al de eerste stappen naar sociale zekerheid ingeslagen. Arbeid en kapitaal hadden elkaar nog nodig om de welvaart te produceren en te consumeren. Op dat lokale ondernemerschap, de bloei van de steden en de welvaart, volgde een wereldoorlog in twee bedrijven over de verdeling van de rijkdommen van de wereld en de kolonies. Nog eenmaal bereikte de nationale samenwerking een hoogtepunt in de meeste Westerse landen in de opbouw van de verzorgingsstaat en sociale zekerheid tot de oude dag. Toen dat achter rug was en de nieuwe wereldorde stevig werd beheerst door Pax Americana maakte het kapitaal zich los uit de lokale bindingen en werd footloose. Het liet de arbeid, de fabrieken en de mijnen in Europa ontheemd achter en spande na de sporen, de telegraaf en telefoon een nieuw netwerk van financiële stromen rond de wereld. Deze nieuwe wereldorde wordt door velen bij gebrek aan betekenis post-modern genoemd. De socioloog Zygmunt Bauman heeft deze orde aangeduid als ‘liquid modernity’. Een nieuwe fase van de wereldeconomie waarin de solide verhoudingen van de vorige eeuw vloeibaar worden gemaakt. Niet de minste sociologen als Saskia Sassen en Manuel Castells waarschuwen ervoor dat in deze fase de mondiale geldstromen zomaar hele steden kunnen overnemen en transformeren.

 

Het Cristal Palace was ook het gebouw waar Dostojevski zijn diepe afkeer van het ongebreidelde consumentisme van de Westerse cultuur in projecteerde (…..). Peter Sloterdijk de Duitse filosoof gebruikt de dezelfde metafoor voor de beschrijving van de hedonistische wereld waarin financiële kapitaal regeert. Het hedendaagse Cristal Palace is volgens hem een wereldomspannend netwerk of sfeer van glazen paleizen verbonden door de luchthavens, resorts, routes, hotels en cultuurpaleizen waarbinnen de bovenlaag van rijke monopolisten, consultants en hun helpers zich bewegen over de aarde. Een aparte sfeer die voorkomt dat zij zich tussen het gepeupel en arme stakkers hoeven te begeven. Het beste voorbeeld hiervan is Londen, waar niet alleen de City is vrijgegeven aan de onroerend goed markt die door de financiële markt wordt aangestuurd. Tot voor kort interessante culturele wijken rond Hoxtonsquare, Oldstreet en Shoreditch zijn aan de speculatie overgeleverd. Langs de Theems worden torens gebouwd, niet om in te wonen maar om Chinees geld te beleggen. De South bank is vrijwel geheel ontdaan van Community housing en verkocht aan de real estate markt voor het bouwen van appartmentsgebouwen tegen torenhoge prijzen. De affordable housing in deze projecten bedraagt niet meer dan 10% van het totaal en zij geven slechts een reductie van 10% op de onbetaalbare marktconforme huur. Het Olympisch gebied in Oost-Londen is door mijn vroegere held Ken Livingstone verkocht aan een consortium van ‘develloppers’ die ook de openbare ruimte in exploitatie hebben genomen met een eigen bewakingsdienst. Op You Tube protesteert Livingstone tegen de bewakers die hem verbieden te filmen in het winkelcentrum. Hij protesteert, ‘dit is toch openbare ruimte’, maar nee, hij heeft zelf het contract getekend waarin de openbare ruimte werd overgedragen. Anna Milton beschrijft in haar boek met de prachtige titel ‘Ground Control’ hoe het financiële kapitaal de ‘fear en happiness’ beheerst van de bewoners van Stratford voor wie deze ontwikkeling bedoeld was. Ze hebben aan de Olympics niets overgehouden.

 

Wat hiervan geleerd kan worden is dat de ondernemers van de 21e eeuw niet de burger-ondernemers zijn van 19e eeuw. De toenmalige geest van de burgerschap en investering in de ‘eigen stad’ kan niet meer terugkomen. Ondernemerschap en anoniem financieel kapitaal staan in een geheel andere relatie dan in de gloriedagen van Amsterdamse ondernemers gebruikelijk was. Is er dan geen burgerinitiatief en ondernemerschap meer mogelijk? Zeker wel, maar daarin is bescherming geboden van de voorzichtige pogingen van burgers om greep te krijgen op de eigen omgeving en het eigen bezit. Buurtcoöperaties, energiecollectieven, ‘commons’, gebruikersverenigingen in voormalige fabrieken, broedplaatsen van kunstenaars, bouwgroepen en andere vormen van collectief handelen van burgers zijn talrijk en tegelijk broos en kwetsbaar. De intelligentie van de stad, die bestaat uit de verbanden, de cultuur, de inventiviteit van de burgers, het wonder van de grachtengordel, de nieuwe initiatieven langs het IJ, de universiteiten en hogescholen, de gebouwde omgeving en erfgoed kunnen zomaar worden weggeblazen door de ontketende marktkrachten wanneer ze niet beschermd worden door burgers, politici, wet en regelgeving.

 

Daarom is het gevaarlijk en onverantwoordelijk om van de lokale overheid te vragen de remmen los te gooien en een versnelling in de vorm van hoogbouw toe te staan. Na de ervaring met de Bijlmer wordt al meer dan 30 jaar zorgvuldig met hoogbouw omgegaan en de meeste ervaringen zijn goed. Toch ligt de oplossing niet in hoogbouw, maar in een zorgvuldige verdichting van de stad en de agglomeratie van Zaanstad tot Amstelveen en van Zandvoort tot Almere en Hilversum.

 

Amsterdam zal in zijn groei naar 2 miljoen inwoners, die naar mijn mening onvermijdelijk is, zijn eigen weg moeten zoeken. Deze kleine metropool heeft nog heel veel ruimte, voor groen en water, binnen en buiten de ring, om eigenwijs met veel initiatief van sprankelende culturele projecten en toepassing van nieuwe technologische en ecologische inzichten een stad te bouwen waar volgende generaties met evenveel trots naar kijken als wij nu naar de grachten, de musea, het Vondelpark en IJoevers.

 

Jeroen Saris