De Hemelse metropool

In 2009 op het hoogte punt van de financiële crisis en het dieptepunt van de vastgoed investeringen in Nederland nam Zef Hemel als adjunct-directeur van de Dienst Ruimtelijk ordening het initiatief tot de Vrijstaat Amsterdam. Zijn oproep tot ‘vrijdenken’ vond ruim weerklank in de stad waarvan hij zei dat deze altijd al een vrijstaat was geweest, die niet van bovenaf en niet volgens plan gegroeid was maar dankzij de Amsterdammers. Hij sprak deze woorden naast de maquette van Amsterdam uit 1746, waaruit in een oogopslag bleek dat de grachtengordel volgens een vernuftig plan gebouwd was, naar de behoeften van de burgers en kooplieden uit de 17e eeuw. Overigens was de Vrijstaat een weergaloos proces waaraan vele duizenden mensen, al dan niet professioneel, met verhalen, inzendingen en voorstellen zes jaar lang hun bijdragen hebben geleverd.

De crisis was nog niet voorbij of Zef Hemel kwam opnieuw met een initiatief, Volksvlijt, genoemd naar het Paleis van Volksvlijt en gevestigd in de Openbare Bibliotheek op het Oosterdokseiland. Opnieuw een initiatief om velen de gelegenheid te geven vorm te geven aan hun dromen over de stad. Het initiatief verwees naar de Wereldtentoonstellingen over stedelijke en andere innovaties die in de 19e eeuw werden gehouden in het Cristal Palace in London. Opnieuw een grote respons en een tentoonstelling die vanwege het succes geprolongeerd werd. Zef Hemel is een ras-optimist, maar wel een die anderen inspireert om te dromen en te ontwerpen aan de toekomst. Daarnaast is hij een uitstekende verteller en blogger. Elke week weer overpeinzingen over nieuwe en oude boeken en over gebeurtenissen die met de metropool te maken hebben.

 

Onlangs bracht hij een boek uit onder de titel ‘De toekomst van stad, een pleidooi voor de metropool’. Eigenlijk had de titel beter kunnen luiden, ‘de metropool heeft de toekomst!’ Ook ik ben een warm voorstander van metropoolvorming, maar in dit pleidooi heeft zijn optimisme toch te veel de overhand gekregen. De stad zal om te overleven een aantal grote kwesties dienen op te lossen. Vanzelf zal dat niet gaan en evenmin dankzij een natuurlijke gave, die de stad bij de geboorte zou zijn meegegeven.

 

Het grootste probleem van de stad is al beschreven in de Toren van Babel: hoe bouwen we een samenleving op waarin mensen elkaar verstaan. Bij alle succesverhalen over steden worden de, zeker zo leerzame, mislukkingen meestal niet besproken. Het succes heeft nooit vooraf vast gestaan en dat doet het ook nu niet.

Hemel stelt dat mensen eerst in nederzettingen en de steden zijn neergestreken en vandaaruit innoverend de landbouw zouden hebben voortgebracht. Onderzoekers op dit terrein tonen aan dat eerst de landbouw voor intensief grondgebruik moest zorgen met hogere productiviteit en een hoger geboortecijfer voordat er mensen konden vertrekken naar de steden. Veel van zijn voorbeelden, zoals de Mesopotamische steden die de landbouw zouden hebben uitgevonden en geïnnoveerd, zijn simpel omkeerbaar: veel steden hebben hun omgeving, de landbouwers en de grond, uitgezogen en geplunderd, waarna de bewoners naar de stad zijn getrokken. Dat zij daar dan in oorlog raken is ook geen toeval omdat de ‘beschermheren’ en hun wapensmeden zich in deze steden en de versterkingen verschansten.

 

Van deze omgekeerde relatie zijn legio voorbeelden te vinden zoals de door Hemel genoemde Hollandse steden die hun goedkope brandstof, de turf, opstookten net zolang tot ze bijna kopje onder gingen. Kortom al gauw wordt het boek minder spannend omdat het geen vragen stelt, tegenspraak wegwuift en eentonig wordt. De uitkomst van de geschiedenis staat vooraf vast, daarvoor hoef je het boek niet tot het einde te lezen.

In een van de meest verrassende passages wordt Teilhard de Chardin, een Franse katholieke intellectueel uit de jaren ’50-60’ van de vorige eeuw, aangehaald. Hij wijst erop dat zich een ‘Noönsfeer’ aan het vormen is, een wereldomspannend netwerk van infrastructuur, steden, havens, overslagpunten, landbouwgebieden, telegraafstations, vliegvelden en autowegen. Hij beschrijft dat als een denkende bedding, een dun vlies dat de wereld omspant en ons mogelijk tot een grotere intelligentie brengt. Was Hemel daar maar op door gegaan en had hij maar een relatie gelegd met studie van Castells over the space of places en the space of flows en het Internet of Things. Het grootste deel van het boek besteedt hij aan een afrekening met alles wat naar planning ruikt, van de Tuinsteden tot de functionele stad, van de nationale ruimtelijke planning tot de stedelijke planvorming om te komen tot de stad als brein. Het hoofdstuk waarin deze nieuwe toekomst wordt geschetst komt neer op ‘hoe groter de metropool, hoe groter het brein’.

 

Laten we de grootste Europese metropool, Londen, als voorbeeld nemen. Na de afschaffing van de regulering van de financiële sector en de opheffing van de beperkingen op de vastgoedontwikkeling in de City; na de volledige overdracht van de Docklands en vooral Canary wharf aan een private ontwikkelingsmaatschappij; na de Olympische Spelen waar de overheid slechts opdrachtgever was en de ontwikkeling aan de markt werd overgelaten; na dit alles weten we waar het op uitdraait wanneer een metropool vanzelf wil groeien zonder regie van de overheid en zonder publiek vastgesteld plan. Is Londen nu een economisch bloeiende metropool, een magneet voor talent, of is het een grote vastgoed bubbel die drijft op een stuurloos geworden oceaan van globaal financieel kapitaal? Weegt de toegevoegde waarde van de City wel op tegen perversiteit van haar riskante producten? Wat is effect op de stad als de net opgeleverde Real Estate projecten worden opgekocht door buitenlandse kapitaalbezitters die vervolgens halve torens leeg laten staan, of er slechts een paar weken per jaar gebruik van maken? Is de stad gebaat bij de afschaffing van de public housing en de invoering van een affordable rent die niet meer dan 10% korting geeft op torenhoge marktprijzen? Is Londen wel een fijne stad om in leven als de openbare ruimte wordt geprivatiseerd en overgelaten aan particuliers bewakingsdiensten? Waar blijft het probleemoplossend vermogen van deze metropool voor de naar schatting 200.000 armoedzaaiers uit de hele wereld die op de straat en in de metro leven?

 

In de top 10 van de steden met het beste leefklimaat staan er veel met rond de 1 a 2 miljoen inwoners. Zurich, Kopenhagen en.. ja Amsterdam. Die steden zijn ook bovengemiddeld productief en tegelijk mede gestimuleerd door overheid sterk bezig met het uitvinden van een circulaire stad. Wat is daar mis mee? Uiteindelijk werkt het verhaal van Hemelse Metropool toe naar een ongefundeerd optimisme over het probleemoplossend vermogend van onderop. Laten we om te beginnen het vermogen van de metropool vergroten op het terrein van samen-leven met elkaar en met onze omgeving. Leve de metropool, maar vormgeven van de toekomst zonder plan of bestuur zal niet gaan.